Met minder lestijd, meer onderwijstijd
Amsterdam, 19 oktober 2011
De productiviteit van het onderwijs in Nederland moet omhoog; met minder geld meer onderwijs. Een voor de hand liggende oplossing is nog meer lessen aan nog vollere klassen. Veel onderwijskwaliteit kun je dan niet verwachten. In Finland pakken ze onderwijshervorming anders aan. Daar gaan ze uit van het principe ‘Less is more’. Een wetswijziging maakt dit ook in Nederland mogelijk: minder lestijd, meer onderwijstijd.
In Finland wordt de helft minder tijd besteed aan het geven van lessen. Waar in Finland een docent gemiddeld drie lessen per dag verzorgd, geeft een docent in Nederland er zes. Na zoveel lessen op een dag ben je daarna tot niets meer in staat, zeggen Finse onderwijskundigen. Als je van een docent verwacht dat hij aan onderwijsontwikkeling doet, dat hij aan intensieve begeleiding van individuele leerlingen doet en dat hij serieus werk maakt van projecten, dan moet je docenten daar tijd voor geven. Een docent die vol zit met lessen heeft deze tijd niet, stellen Finse onderwijskundigen.
Traditionele lessen
Een docent in Finland is hoog opgeleid en heeft een hoog aanzien. Daarom is er geen toezichthoudende instantie. In Nederland hebben wij te maken met de Onderwijsinspectie die beoordeelt of een onderwijsactiviteit geldt als onderwijstijd. Onderwijstijd is een bekostigingsvoorwaarde. In het VO krijgen scholen geld om 1000 uren per jaar onderwijstijd verzorgen, in het MBO 850 uur. Van dat geld wordt onderwijstijd traditioneel gevuld met zo’n 30 lessen per week: een lokaal met 30 leerlingen en een docent voor het schoolbord.
Onderwijsvernieuwing, zo stellen de Finse onderwijskundigen, is met zoveel lessen onmogelijk.
Onderwijstijd
Binnenkort staat een wetswijziging in de Tweede Kamer geagendeerd: ‘Wijzigingsvoorstel Wet op het VO in verband met onderwijskwaliteit, onderwijstijd en vakanties'. In het nieuwe wetsartikel is de term ‘onderwijstijd’ veel breder gedefinieerd dan het begrip ‘lestijd’.
- Lestijd: reguliere lessen die op het rooster staan vermeld.
- Onderwijstijd: reguliere lessen plus andere inspirerende en uitdagende onderwijsactiviteiten.
- Leertijd: onderwijstijd plus huiswerk met een totale studielast van 1600 uur per jaar
De school bepaalt welk deel van de onderwijstijd aan lessen wordt besteed (lestijd), en welk deel aan andere inspirerende en uitdagende onderwijsactiviteiten (zie Memorie van Toelichting bij de wetswijziging).
Elektronische lessen
In wezen is onderwijs eenvoudig: zorg voor glasheldere opdrachten en geef leerlingen voldoende aandacht en feedback op het leerproces. Elektronische lessen kunnen deze twee basisprincipes uitstekend ondersteunen. Met multimedia, actualiteit en interactie zijn uitdagende en inspirerende elektronische lessen te ontwikkelen en in een geavanceerde elektronische leeromgeving kan feedback op het leerproces automatisch worden gegenereerd.
In het beoordelingskader onderwijstijd somt de Onderwijsinspectie een aantal onderwijsactiviteiten op die onder het begrip onderwijstijd vallen, zoals projecten, stages, excursies, werkweken. Ook ‘e-learning’ en ‘zelfstandig werken’ worden genoemd, onder de voorwaarde dat opdrachten zijn verstrekt door een docent en dat de geplande tijd kan worden verantwoord.
In een elektronische leeromgeving kan de geplande tijd van elektronische lessen worden verantwoord, waarmee de weg open ligt naar een hogere productiviteit in het onderwijs. Bovendien ontstaat er een win-win-situatie voor docenten en leerlingen. Docenten staan minder uren voor de klas en hebben via de elektronische leeromgeving meer controle op het leerproces; leerlingen leren van inspirerende en uitdagende opdrachten niet alleen in ‘reguliere’ lessen, maar ook in elektronische lessen, waardoor ze meer vrijheid in het leren ervaren.
Teach less, learn more
Een van de succesfactoren in Finland is het vertrouwen in de kwaliteiten van een docent. Docenten moet je ruimte geven om creatief en uitdagend onderwijs te ontwikkelen, en leerlingen moeten tijd hebben om te leren en aan hun projecten te werken.
Volgens de OECD heeft Finland het beste onderwijs van Europa.
Wij kunnen in Nederland veel leren van de Finse lessen. Teach less, learn more, oftewel met minder lestijd, meer onderwijstijd!
Eus van Hove
Amsterdam, 20 januari 2011
Steeds meer scholen gebruiken laptops in de lessen. De afdeling Laboratorium-onderwijs van ROC Midden Nederland heeft dit schooljaar de laptop op de boekenlijst geplaatst. Alle eerstejaars leerlingen nemen hun eigen laptop mee naar school.
Wat zijn de eerste ervaringen?
Sinds 2005 gebruikt de afdeling Laboratoriumonderwijs van ROC Midden Nederland een elektronische leeromgeving (elo) ter ondersteuning van de lessen. De elo Blackboard wordt vooral gebruikt als communicatie en informatiemedium. Leerlingen kunnen er mededelingen en studiewijzers vinden en leveren hun opdrachten digitaal in. Van een intensief didactisch gebruik van de elektronische leeromgeving is nog steeds geen sprake. Een belangrijke oorzaak hiervoor is het gebrek aan ICT werkplekken op school. Eén computer wordt gedeeld door maar liefst acht leerlingen in de afdeling Laboratoriumonderwijs. Het leerboek zou nooit zo’n succesvol leermiddel zijn geworden als het door acht leerlingen zou moeten worden gedeeld. Daarom heeft de afdeling Laboratoriumonderwijs vorig jaar besloten de laptop verplicht op de boekenlijst te plaatsen. Dit schooljaar heeft elke eerstejaars leerling een eigen laptop.
Kleppen dicht
Uit de eerste evaluatie blijkt dat ruim een derde van de leerlingen in het laboratoriumonderwijs (34%) al over een eigen laptop beschikt. De rest heeft speciaal voor school een laptop aangeschaft. Kleine netbooks zijn in de minderheid, de meeste leerlingen kiezen voor een groter beeldscherm (15 inch) en nemen hun laptop elke dag mee naar school.
Het laboratoriumonderwijs wordt in een ‘blended’ vorm aangeboden: veel praktijk afgewisseld door lessen met schoolbord, leerboek en laptop. Op de laptop oefenen leerlingen rekenen en taal, maken online opdrachten over natuurkunde, scheikunde en biologie, en zowel de voorbereiding van experimenten op het laboratorium, als de verwerking van de resultaten geschiedt via de laptop. Het werken met de laptop gebeurt begeleid in de lessen en zelfstandig buiten de lessen om.
De vrees voor ICT dat leerlingen dagenlang eenzaam achter een computer zitten is ongegrond. Uit de evaluatie blijkt dat de laboratoriumleerlingen gemiddeld één uur per dag op school effectief achter hun laptop zitten. Uiteraard wordt er daarnaast ook ge-msn’d en geyoutube’d door de leerlingen, maar dit kan binnen de perken worden gehouden. “Kleppen dicht” heeft een dubbele betekenis gekregen; niet alleen de mond, maar ook de laptop is dicht tijdens klassikale instructies.
De meeste leerlingen (88%) geven aan dat het gebruik van internet, naast schoolbord en leerboek, heel handig is. Op de vraag: “Vind je dat er meer gebruik moet worden gemaakt van laptops in de lessen?” antwoordt 53% van de leerlingen “Ja, meer” en 24% met “Ja, veel meer”!
Onderwijstijd
Docenten hebben voordeel van het gebruik van laptops in de lessen. Er kan eenvoudig worden geschakeld tussen didactische werkvormen met schoolbord, leerboek en internet. Dat leerlingen zo positief reageren komt omdat digitale opdrachten aantrekkelijker zijn dan opdrachten uit een leerboek. De leerlingen hebben bijvoorbeeld opdrachten gemaakt over actuele onderwerpen als de Klimaattop in Mexico en de Cholera epidemie in Haïti. Veel opdrachten zijn multimediaal met onder andere YouTube video-instructies waarmee laboratoriumtechnieken worden getraind. Elektronische toetsen en quizzes zijn interactief en geven automatisch feedback op het leerproces. Bijzonder is dat leerlingen aangeven in de evaluatie het leerboek te willen blijven gebruiken naast de laptop, omdat in het leerboek de leerstof compact bij elkaar staat.
Eigen laptops biedt ook voordelen voor de school. De ervaring in het onderwijs leert dat leerlingen niet zachtzinnig om gaan met computers van school. Laptops met gebroken beeldschermen zijn daarbij geen uitzondering. Maar met hun eigen laptop is dat veel anders. De laptops van laboratoriumleerlingen zijn up-to-date en doen het altijd.
De ICT infrastructuur in Openleercentra en computerlokalen kan grotendeels worden ontmanteld en vervangen door een draadloos netwerk. ROC Midden Nederland is aangesloten op Eduroam waarmee leerlingen toegang hebben tot internet. In de afdeling Laboratoriumonderwijs zijn voldoende access points geplaatst, zodat hele klassen tegelijk draadloos internet op kunnen.
Uit de eerste evaluaties blijkt verder dat de laboratoriumleerlingen meer zelfstandig werken met hun laptops. Leerlingen werken buiten lessen om door aan hun opdrachten of maken thuis de online opdrachten af. De afdeling Laboratorium-onderwijs heeft enkele online opdrachten buiten de ‘klassieke’ lessen om ingeroosterd. Docenten kunnen deze elektronische lessen gemakkelijk ‘op afstand’ controleren, omdat de online opdrachten automatisch worden geadministreerd in Blackboard. Het voordeel hiervan is dat deze lessen gelden als onderwijstijd. Omdat groepsgrootte nauwelijks een rol speelt in elektronische lessen wordt de onderwijstijd effectiever benut. De tijd die vrijkomt wordt door de laboratoriumdocenten gebruikt voor individuele begeleiding van leerlingen met leerachterstanden.
Digitale geletterdheid
Een belangrijke drempel voor het gebruik van ICT, te weinig ICT-werkplekken, is met laptops op de boekenlijst weggenomen. Docenten van de afdeling Laboratoriumonderwijs zijn ervan overtuigd dat hun onderwijs, waar schoolbord en leerboek zijn gecombineerd met laptops, veel voordelen biedt. Factoren die dit zogenaamde ‘blended learning’ tot een succes hebben gemaakt zijn de geavanceerde elektronische leeromgeving van Blackboard, en het goed functionerende draadloos netwerk van Eduroam. Waar de afdeling Laboratoriumonderwijs de komende tijd aan gaat werken is de digitale geletterdheid van docenten. Docenten gaan hun kennis van internet verder vergroten, zodat ze nog beter de weg vinden op de elektronische snelweg en de online opdrachten nog uitdagender worden voor hun leerlingen.
Eus van Hove
Laptops in Lab
Presentatie op de Dag van het Laboratoriumonderwijs, 31 maart 2011
Slimme elektronische lessen gelden als Onderwijstijd!
Amsterdam, november 2009
Dé Onderwijsdagen 2009 zijn weer achter de rug. Een tweedaags congres met een enorm aanbod aan presentaties over fantastische toepassingen van ict in het onderwijs. Toch speelt ict nauwelijks een rol speelt binnen leerprocessen op school. De Onderwijsraad constateert zelfs een steeds grotere kloof tussen de mogelijkheden van ict en de daadwerkelijke benutting door scholen. De overgrote meerderheid van docenten gebruikt geen digitale leermiddelen en doceert letterlijk en figuurlijk volgens het boekje. Waarom doen docenten zo weinig met ict in hun lessen?
Deze vraag heb ik via een online enquête voorgelegd aan docenten. Uit deze steekproef onder MBO en VO docenten kwam het volgende beeld naar voren. Vrijwel alle docenten (97%) zijn het er over eens dat het gebruik van digitale leermiddelen het onderwijs aantrekkelijker maakt voor leerlingen. Desondanks maakt 60% van de docenten uit deze steekproef (vrijwel) nooit gebruik van digitale opdrachten in het onderwijs. In de enquête konden de docenten een rangorde aanbrengen van mogelijke oorzaken voor het achterblijven van ict in het onderwijs. Tijd bij docenten is de belangrijkste oorzaak.
1. Het ontbreken van voldoende tijd bij docenten
2. Het ontbreken van voldoende digitale vaardigheden bij docenten
3. Het ontbreken van voldoende pc’s met internet op school
4. Het ontbreken van een heldere visie op Onderwijs en ict
5. Het ontbreken van voldoende geschikt digitaal lesmateriaal
6. Het ontbreken van een geschikte elektronische leeromgeving
7. Het ontbreken van voldoende motivatie voor elektronische lessen bij leerlingen.
Onderwijstijd
Scholen moeten voldoen aan de urennorm voor onderwijstijd; 850 uur in het MBO, 1000 uur in het VO. De Onderwijsinspectie controleert aan de hand van een beoordelingskader welke activiteiten gelden als onderwijstijd. Een elektronische les telt volgens de Onderwijsinspectie niet mee als onderwijstijd, omdat er voor leerlingen geen afdwingbare begeleiding is en omdat het verplichte karakter ervan voor de leerling niet kan worden gecontroleerd door de school. Met andere woorden, de Inspectie is bang dat leerlingen in een elektronische les gaan MSN-en en YouTube-en. De consequentie van het strenge toezicht op de onderwijstijd is dat een docent die een elektronische les ontwikkelt dit buiten de onderwijstijd om doet en hiervoor dus geen vergoeding krijgt. Logisch dat ict achterblijft in het onderwijs.
Het begrip onderwijstijd dateert uit de tijd dat de het schoolbord is uitgevonden met een leraar die in een lokaal lesgeeft aan een klas. Pas onlangs heeft de Commissie Onderwijstijd het begrip onderwijstijd opnieuw gedefinieerd. Volgens de Commissie is onderwijstijd niet meer te definiëren in termen van het aantal uren dat de leraar voor de klas staat. Innovatief onderwijs bestaat uit een door leraren ontworpen arrangement van activiteiten, waarvan luisteren naar een leraar in de klas er één is en waarvoor gelijktijdige aanwezigheid van leraar en leerling in één ruimte lang niet altijd nodig en mogelijk is. In de nieuwe definitie van onderwijstijd mogen alle activiteiten die in het kader van een onderwijsprogramma onder de pedagogisch-didactische verantwoordelijkheid van bekwaam onderwijspersoneel worden verzorgd en onder toezicht van de school worden uitgevoerd meetellen bij de norm voor onderwijstijd. De Staatssecretaris van Onderwijs, Marja van Bijsterveldt, heeft het advies van de Commissie Onderwijstijd begin dit jaar overgenomen.
Slimme elektronische lessen
Gelden met de nieuwe definitie van onderwijstijd elektronische lessen als onderwijstijd?
Marja van Bijsterveldt zegt dat scholen duidelijk moet kunnen maken dat gedurende de geplande tijd leerlingen gebruik maken van de elektronische lessen én dat elektronische lessen voorzien zijn van adequate begeleiding . “De e-mail van een docent die een week later wordt beantwoord valt daar dus bijvoorbeeld niet onder”, aldus de Staatssecretaris.
In geavanceerde elektronische leeromgevingen kan feedback op het leerproces automatisch worden gegenereerd en zijn tools voorhanden waarmee de geplande tijd van elektronische lessen kan worden verantwoord. Bijvoorbeeld in de elektronische leeromgeving van Blackboard kan de docent-op-afstand met de tools ‘adaptive release’ en ‘performance dashboard’ exact kan zien wat elke individuele leerling op welk moment aan leeractiviteiten onderneemt. Met deze zogenaamde ‘slimme’ elektronische lessen kan worden voldaan aan de nieuwe criteria voor onderwijstijd.
Op Dé Onderwijsdagen 2009 zijn voorbeelden van ‘slimme’ elektronische lessen gedemonstreerd en is de stelling ‘Slimme’ elektronische lessen gelden als Onderwijstijd voorgelegd aan een panel van deskundigen. Vrijwel unaniem was met panel erover eens dat ‘slimme’ elektronische lessen kunnen voldoen aan de criteria van onderwijstijd.
Onderwijskundig ondernemerschap
Scholen moeten aan de slag met een heldere visie op ‘slimme’ elektronische lessen. Dit vereist onderwijskundig ondernemerschap van onderwijsmanagers. Zij moeten voorwaarden creëren voor ict in het onderwijs: een geavanceerde elektronische leeromgeving, voldoende computers op school, scholing voor docenten die elektronische lessen willen ontwikkelen en nieuw taakbeleid waarin elektronische lessen gelden als onderwijstijd. Pas dan zal het onderwijs in een ‘blended’ vorm van klassikale en elektronische lessen profiteren van de voordelen van ict.
Eus van Hove presenteerde op Dé Onderwijsdagen 2009 de sessie Elektronische lessen als Onderwijstijd
Elektronische lessen als onderwijstijd
Amsterdam, augustus 2009
In het verslag over de Staat van het Nederlandse onderwijs dat de Onderwijsinspectie onlangs publiceerde, staan een paar opvallende zaken. Veel leerlingen krijgen niet de zorg die ze nodig hebben, scholen maken onvoldoende efficiënt gebruik van de onderwijstijd, en op bijna 60 procent van de scholen krijgen leerlingen onvoldoende te maken met activerende, uitdagende didactische werkvormen. Voor veel docenten is het lastig om na de uitleg leerlingen met behulp van afwisselende werkvormen goed bij de les te houden, aldus de Onderwijsinspectie (2009).
Je zou denken dat dit eenvoudig op te lossen is met internet in een ‘blended’ vorm van onderwijs. In geen enkel leerboek kunnen leerlingen lezen over bijvoorbeeld de Mexicaanse griep. Internet biedt volop informatie over deze pandemie: het laatste nieuws met video’s, animaties en zelfs online games als The Great Flu.
Uit verschillende onderzoeken blijkt echter dat internet nauwelijks een rol speelt binnen leerprocessen op school. De Onderwijsraad constateert zelfs een steeds grotere kloof tussen de mogelijkheden van ICT en de daadwerkelijke benutting door scholen. De overgrote meerderheid van docenten (70%) gebruikt geen digitale leermiddelen en doceert letterlijk en figuurlijk volgens het boekje (Onderwijsraad, 2008). Onderwijssocioloog Vermeulen: “Er lijkt een taboe te zitten op het gebruik van ICT in het onderwijs” (Vermeulen, 2008).
Taakbeleid
Volgens mij is de belangrijkste oorzaak voor het achterblijven van ICT in het onderwijs het taakbeleid op scholen. Traditionele, klassikale lessen hebben nog steeds een centrale plaats binnen het taakbeleid. Een full-time docent geeft 5 à 6 lessen per dag. De rest van de tijd wordt gebruikt om klassikale lessen voor te bereiden en werk na te kijken. Elektronische lessen worden niet meegewogen in het taakbeleid. Een docent die een elektronische les ontwikkelt doet dit buiten de onderwijstijd om en krijgt hiervoor geen vergoeding.
Met taakbeleid proberen scholen het werk niet alleen eerlijk te verdelen, maar ook te voldoen aan de wettelijk verplichte onderwijstijd. Het begrip onderwijstijd dateert uit de tijd dat de het schoolbord is uitgevonden met een leraar die in een lokaal lesgeeft aan een klas. Al in de 19e eeuw maakten we ons zorgen om onderwijstijd getuige het citaat van de Duitse filosoof Wilhelm Bush: "Wenn jeder schläft und einer spricht. Den Zustand nennt mann Unterricht".
Pas onlangs heeft de Commissie Onderwijstijd (2008) het begrip onderwijstijd opnieuw gedefinieerd. Volgens de Commissie is onderwijstijd niet meer te definiëren in termen van het aantal uren dat de leraar voor de klas staat. Innovatief onderwijs bestaat uit een door leraren ontworpen arrangement van activiteiten, waarvan luisteren naar een leraar in de klas er één is en waarvoor gelijktijdige aanwezigheid van leraar en leerling in één ruimte lang niet altijd nodig en mogelijk is, aldus de Commissie Onderwijstijd.
Nieuwe onderwijstijd
In de nieuwe definitie van onderwijstijd mogen alle activiteiten die in het kader van een onderwijsprogramma onder de pedagogisch-didactische verantwoordelijkheid van bekwaam onderwijspersoneel worden verzorgd en onder toezicht van de school worden uitgevoerd meetellen bij de norm voor onderwijstijd.
In geavanceerde elektronische leeromgevingen zijn tools voorhanden waarmee de geplande tijd van elektronische lessen kan worden verantwoord. Bijvoorbeeld in de elektronische leeromgeving van Blackboard kan de docent-op-afstand met de tools ‘adaptive release’ en ‘performance dashboard’ exact kan zien wat elke individuele leerling op welk moment aan leeractiviteiten onderneemt. Met de nieuwe definitie van onderwijstijd gelden elektronische lessen ook als onderwijstijd!
Door elektronische lessen op te nemen in taakbeleid ontstaat er een win-win-situatie. Docenten staan minder uren voor de klas door de verschuiving van klassikale lessen naar elektronische lessen. Leerlingen leren in deze ‘blended’ vorm van onderwijs niet alleen in de klas, maar ook achter de computer in elektronische lessen. Dertig jaar na Pink Floyd’s ‘We don't need no education, we don't need no thought control, teacher leave them kids alone’, krijgen leerlingen in elektronische lessen eindelijk meer vrijheid in het leren.
Zorgleerlingen
Binnen nieuw taakbeleid wordt het voor docenten interessant elektronische lessen te ontwikkelen. Daarmee kan het onderwijs een flinke efficiencyslag maken. Eenmaal ontwikkelde elektronische lessen kunnen in tegenstelling tot klassikale lessen worden hergebruikt. Groepsgrootte speelt in een elektronische les een minder beperkende factor. De tijd die docenten hiermee besparen kan worden gebruikt om bijvoorbeeld leerlingen met leerachterstanden individueel te begeleiden.
Daarmee kan het grootste probleem dat de Onderwijsinspectie signaleert in het verslag over de Staat van het Nederlandse onderwijs worden aangepakt. Tenminste 300.000 leerlingen in het basis en voortgezet onderwijs krijgen niet altijd de passende hulp die ze nodig hebben. Deze zorgleerlingen zullen veel baat hebben als docenten meer tijd hebben voor individuele begeleiding.
Ik denk dat deze tijd beschikbaar komt als elektronische lessen meewegen in taakbeleid.
Eus van Hove
Tien jaar onderwijs met Blackboard
Amsterdam, februari 2009
Ik gebruik al tien jaar de elektronische leeromgeving van Blackboard. Met de elektronische leeromgeving is mijn onderwijs een stuk attractiever. Toch benut ik niet alle mogelijkheden van elektronisch leren om het onderwijs efficiënter te maken. Hoe kunnen belemmeringen voor optimaal gebruik van Blackboard worden weggenomen?
In 1999 kwam ik al surfend over internet bij toeval terecht op de website van Blackboard. Dit Amerikaanse bedrijf bood gratis een elektronische leeromgeving aan. Ik heb toen een aantal ‘courses’ geopend en mijn studenten ‘enrolled’. Duizenden docenten over de hele wereld maakten dat jaar gebruik van deze gratis dienst en binnen de kortste keren had Blackboard 40.000 cursussen ‘in de lucht’. Begin 2000 ontvingen alle ‘instructors’ een e-mail met daarin de boodschap dat er betaald moest worden; 500 dollar per cursus. Een fantastische marketing strategie, want Blackboard was in een klap marktleider op het gebied van e-leren!
Gelukkig kocht mijn school een licentie en kon ik gebruik maken van de mogelijkheden die Blackboard inmiddels versie 4.0 bood. Om niet verstrikt te raken in alle mogelijkheden van de elektronische leeromgeving, hanteer ik de KISS formule, keep it smart and simple. In wezen is onderwijs eenvoudig: zorg voor glasheldere opdrachten en geef studenten voldoende feedback op het leerproces. In de afgelopen 10 jaar heb ik ervaren dat Blackboard deze twee basisprincipes uitstekend ondersteunt.
Attractief
Met Blackboard kan eenvoudig een elektronische opdracht worden gegenereerd. De voordelen van elektronische opdrachten ten opzichte van opdrachten uit een leerboek zijn groot. Elektronische opdrachten zijn door het gebruik van geluid en video multimediaal. Filmpjes van YouTube of het Journaal zijn met een paar muisklikken in te sluiten in Blackboard. Met internet kunnen elektronische opdrachten actueler worden gemaakt dan opdrachten uit een boek. Ik maak daarom veel gebruik van de ‘Assignment tool’ in Blackboard. Blackboard ordent automatisch het digitaal ingeleverde werk van studenten in het ‘Grade Center’. Voor mij als docent heeft dit als voordeel dat ik van grote groepen studenten precies kan zien wie, wat en wanneer heeft ingeleverd. Ik hoef geen stapels werk mee te sjouwen, maar kijk het werk na achter elke computer met internetverbinding. Bij de beoordeling noteer ik opmerkingen, zodat de student te allen tijde feedback op het leerproces kan lezen in de elektronische cijferlijst.
De kracht van Blackboard ligt vooral in het automatisch generen van feedback. In Blackboard kan vrij eenvoudig een elektronische toets worden gemaakt. Met open vragen geef ik zelf de feedback, maar met de diverse typen gesloten vragen geeft Blackboard automatisch feedback. Studenten zien direct na hun toets de uitslag en zien ook wat ze goed of fout hebben gedaan. Als docent scheelt mij dit veel werk.
De afgelopen jaren ben ik - naast klassikale lessen - steeds meer gebruik gaan maken van elektronische opdrachten en elektronische toetsen. De mogelijkheden zijn toegenomen doordat web 2.0 toepassingen zijn ‘ingebakken’ in Blackboard. Verslagen maken studenten, individueel of in groepen, met weblogs, werkstukken maken ze met wiki’s. Met ‘Safe Assign’ heeft Blackboard een prima plagiaat controle in huis. In de nieuwste versie (9.0) belooft Blackboard dat studenten naar eigen behoefte een ‘persoonlijke leeromgeving’ kunnen inrichten.
Belemmeringen
Hoewel ik als ‘early adopter’ overtuigd ben dat het onderwijs met Blackboard attractiever en efficiënter wordt, maak ik toch te weinig gebruik van elektronische opdrachten en elektronische toetsen. Veel collega’s om mij heen maken nauwelijks gebruik van Blackboard. Ook de Onderwijsraad constateert dat er een steeds grotere kloof is tussen de mogelijkheden van ict en de daadwerkelijke benutting door docenten (Onderwijsraad, 2008).
Ik ervaar als docent belemmeringen voor het gebruik van elektronisch leren. In de eerste plaats blijft na al die jaren de ict infrastructuur op school nog steeds een probleem. In leslokalen heb ik vaak alleen de beschikking over bord plus krijt. Een beamer, of laat staan een digitaal schoolbord ontbreekt. Studenten kunnen geen elektronische opdrachten maken, omdat er te weinig werkplekken met computers zijn op school. Een andere grote belemmering is het taakbeleid op scholen. Elektronische lessen worden niet meegewogen in het taakbeleid. Traditionele, klassikale lessen, inclusief ‘voor en nazorg’, hebben nog steeds een centrale plaats binnen het taakbeleid en het lesrooster. Als ik een elektronische les ontwikkel doet ik dit buiten de onderwijstijd om en krijg hiervoor geen voorbereidingstijd. Mijn ‘blended’ vorm van onderwijs is aantrekkelijker voor studenten, maar elektronische opdrachten en toetsen moet ik in mijn vrije tijd maken. Voor veel collega’s is dit onaantrekkelijk en beginnen hier dus niet aan.
Toekomstbeeld
Hoe kunnen we de belemmeringen voor elektronisch leren wegnemen? De Commissie Onderwijstijd laat in hun rapport dat onlangs is verschenen ruimte open om elektronische lessen mee te wegen als onderwijstijd (Commissie Onderwijstijd, 2008). Door elektronische lessen op te nemen in het taakbeleid van scholen wordt het voor docenten interessant elektronische opdrachten en toetsen te ontwikkelen. Daarmee kan het onderwijs een flinke efficiencyslag maken. Eenmaal ontwikkelde elektronische lessen kunnen in tegenstelling tot klassikale lessen worden hergebruikt. Groepsgrootte speelt in een elektronische les minder een beperkende factor.
Als op scholen draadloos internet volop beschikbaar komt, is het een kleine stap om studenten zelf een (mini)laptop te laten aanschaffen. In grote studieruimten werken studenten op hun eigen laptop aan elektronische opdrachten. Docenten volgen via de Blackboard tools ‘adaptive release’ en ‘performance dashboard’ nauwkeurig de studievoortgang van elke student. In dit toekomstbeeld worden leslokalen alleen gebruikt voor ‘hoogwaardige’ contacttijd, zoals klassikale instructie of begeleiding van kleine groepen studenten.
Na tien jaar Blackboard wordt het tijd voor de efficiencyslag; grotere klassen in elektronische lessen en automatische feedback op het leerproces.
Eus van Hove



